Lagen: De rasterlaag
Een
bestand in PSP is altijd opgebouwd uit één laag of meerdere lagen over elkaar
heen. De basislaag heet achtergrond
en de verdere lagen worden automatisch genummerd laag 1, laag 2 etc. Die namen
zijn te wijzigen. Alle lagen zijn afzonderlijk te bewerken, hetgeen tot hele
mooie resultaten kan leiden.
We onderscheiden in PSP drie soorten lagen: de rasterlaag - de vectorlaag
- de aanpassingslaag (deze laatste wordt in deze les niet behandeld).
Deze
les behandelt de rasterlaag, in het Palet Lagen te herkennen aan:
- Een
rasterlaag is opgebouwd uit pixels die in een denkbeeldig raster
worden geplaatst. Wanneer je het vergrootglas gebruikt kun je zien hoe
ieder pixel als een hokje wordt weergegeven. Ieder pixel heeft een kleurdiepte
(ook wel bitdiepte genoemd). Een object in een rasterafbeelding wordt gedefinieerd
door alle pixels. Een rasterlaag kan alle kleurdieptes hebben, van 2 tot 24-bits!
- In het Palet Lagen
kun je altijd zien welke laag nu
de actieve laag is...Het Palet
Lagen is altijd aanwezig op je werkvlak. Mocht dat even niet zo zijn, klik dan op F8.
- Open het bestand bloem: er is één laag: achtergrond
- Open het bestand vlinder. Je ziet in het Palet lagen dat het bestaat
uit één laag: laag 1. Ga naar Bewerken – kopiëren, waardoor deze laag
op het klembord komt te staan.
- Activeer het bestand bloem (door erop te klikken)
en ga naar Bewerken – plakken als nieuwe
laag. De vlinder ligt over de bloemen.
- Open het palet
lagen: er zijn nu twee lagen.
- Maak er een gewoonte van lagen een naam te geven, vooral bij het werken met meerdere lagen is dit
handig. Klik in het Palet lagen rechts
op laag1 en kies voor “naam wijzigen”:
vlinder1
- Met het gereedschap voor verplaatsing
kan de vlinder verschoven worden.
- Omdat de vlinder
een beetje groot is gaan we hem
verkleinen: ga naar Afbeelding – formaat
wijzigen en vul bij percentage een getal in, bijv. 35.
Let op: vergeet niet onderaan dit
venster het vinkje te verwijderen
bij “formaat van alle lagen wijzigen”.
- Ga opnieuw naar Bewerken
– plakken als nieuwe laag en voeg nog een vlinder toe. Noem die laag vlinder2. Verklein die iets minder en
draai hem een beetje via Afbeelding
– roteren – vrij roteren - 65 naar rechts. Verschuif hem eventueel met
- Ga in de menubalk naar Lagen – nieuwe rasterlaag en noem die kleur. Het Palet lagen ziet er nu zo uit:
Wanneer de volgorde anders is,
is dat gemakkelijk te verhelpen: alle lagen (behalve de achtergrond) zijn
te verschuiven. Houd de linker muisknop ingedrukt op een laag en als de cursor
een handje wordt trek je de laag
naar boven of beneden….
- Zorg dat de laag kleur
actief is, activeer het gereedschap vlakvulling
en vul de laag met een heldere kleur,
bijv. knalgroen. Je ziet nu alleen de groene laag. Ga in het Palet Lagen naar
het schuifje voor dekking en trek dat naar links, d.w.z. dat de dekking van
de laag kleur vermindert en dat die laag dus doorzichtiger wordt.....
Experimenteer hiermee.. andere kleur... ander dekkingspercentage.

- Trek de laag kleur eens naar beneden onder één van
de vlinders….. ook weer een ander effect.
- Wanneer je klaar bent met experimenteren sla je het
bestand op:
- Opslaan als vlinders.psp
als je er ooit nog eens mee verder wilt werken. De lagen blijven dan behouden.
- Opslaan als vlinders.jpg
wanneer je denkt er klaar mee te zijn
- Allebei kan natuurlijk ook!
- Tot slot een paar algemene opmerkingen:
via het snelmenu in het Palet Lagen (rechts klik daarop) zijn allerlei zaken
te wijzigen/doen... naam wijzigen, verwijderen.... dupliceren.. onzichtbaar
maken: klik op het oog en de laag is onzichtbaar, telt dus eigenlijk niet
meer mee.
- Lagen zijn ook buitengewoon geschikt om tekst aan
een bestand toe te voegen. In een aparte les komt dit uitgereid aan de orde.
Lagen: De vectorlaag 
Een
bestand in PSP is altijd opgebouwd uit één laag of meerdere lagen over elkaar
heen. De basislaag heet achtergrond
en de verdere lagen worden automatisch genummerd laag 1, laag 2 etc. Die namen
zijn te wijzigen. Alle lagen zijn afzonderlijk te bewerken, hetgeen tot hele
mooie resultaten kan leiden.
We onderscheiden in PSP drie soorten lagen: de rasterlaag - de vectorlaag
- de aanpassingslaag (deze laatste
wordt in deze cursus niet behandeld).
Deze les behandelt de vectorlaag , in
het Palet Lagen te herkennen aan:
- Een
vectorlaag bevat geen pixels, maar bevat de kenmerken van een
afbeelding: de plaats, de dikte van een lijn, het patroon, de kleur, etc.
Een vectorlaag is dus eigenlijk een set eigenschappen van een vectorobject.
- Je kunt
een vectorobject maken met de gereedschappen basisvormen,
tekst en tekenen.
Je kunt ze wijzigen met het gereedschap objectselectie, dat actief is wanneer je werkt met vectorobjecten:
- Open
een nieuw bestand, 300 bij 300, transparant, 16 miljoen kleuren. Voor- en
achtergrondkleur kun je zelf bepalen.
- Activeer
het gereedschap voor basisvormen
, zoek in het Palet
Opties voor gereedschap star3 en teken een ster.
- Open het palet
lagen en klik op het + (plusje) vóór de vectorlaag en daarna op het + vóór star3: alle lagen komen dan tevoorschijn.

- Klik rechts op de
laag star 3 en dan op eigenschappen:

- Hier is van alles te wijzigen, zoals bijv. de kleuren
en de dikte van de omlijning. Probeer e.e.a. uit!
-
Door aan de grepen te trekken kun je de ster wijzigen: vergroten, verkleinen en draaien.
Dit alles zonder kwaliteitsverlies.
We werken immers niet met pixels, maar met vectoreigenschappen!
- Als laatste: de bewerking van de punten: zorg
dat de vectorlaag actief is,
door erop te klikken in het Palet lagen.
- Nu
activeren we het gereedschap pen
- Kies bij Opties voor gereedschap (F4) bij modus de
tekenmodus.
Nu kun je aan de grepen (de hokjes) trekken en de ster verder vervormen. Als
je klaar bent klik je op de pijl
Het is niet nodig het geheel op te slaan, het is slechts een oefening.
- Tot slot: een paar voordelen van vector boven
raster:
- je kunt vergroten/verkleinen zonder verlies aan
kwaliteit
- je kunt heel gemakkelijk de eigenschappen (o.a.
kleuren) wijzigen
- je kunt een vectorlaag omzetten in een rasterlaag,
maar andersom niet.
©Marga de Bruyne
www.oudje.nl