De gereedschappen


1. Open PSP. Je ziet aan de linkerkant een hele rij icoontjes staan die de gereedschappen (vormen en materialen) aanduiden:

 

Gereedschappen
pijl arrow
zoom zoom
vervorming deformation
bijsnijden crop
verplaatsing mover
selectie selection
vrije selectie freehand
toverstaf magic wand
pipet dropper
penseel brush
kloonpenseel clone
kleur vervangen color replacer
retouche retouche
krasjes verw. ??
wisser eraser
plaatjespenseel tube
airbrush airbrush
vlakvulling floodfill
tekst text
tekenen draw
basisvormen preset shapes
selectie vectorobject vector object selection

2. Ieder gereedschap heeft een venster waarin allerlei opties kunnen worden ingesteld. Je moet er dus voor zorgen dat dat venster zichtbaar is op je scherm. Ga hiervoor naar Bestand - werkvlak - laden en kies voor standaard. Zie ook de les over het werkvlak.

3. Hieronder gaan we een paar eigenschappen van ieder gereedschap bespreken. Klik met linker muisknop op de autootjes, sla het plaatje op en open het in PSP.

 


4. Voor we echt kunnen gaan beginnen werpen we eerst een korte blik op het kleurenpalet aan de rechterkant.

Dit palet wordt in de les kleurenpalet uitgebreid besproken, maar nu is het handig als de instelling als volgt is: bij stijlen klik je bij het bovenste hokje op het zwarte driehoekje en kiest daar voor de meest linkse optie: effen. Doe hetzelfde met het onderste hokje. Bij Texturen doe je hetzelfde, maar daar kies je voor het meest rechtse icoon: geen.


5. De pijl Hiermee kun je aanwijzen. Klik op de pijl en ga dan eens met de muis naar één van de andere icoontje..je ziet de functie van dat icoontje verschijnen...dat is handig!!
Wanneer je tekening te groot is voor het scherm en je gaat met de muis naar de tekening, dan verschijnt er een handje...met dit handje kun je de tekening opschuiven.

Het Palet opties voor gereedschap-Pijl ziet er eenvoudig uit: je kunt er mee zoomen, probeer maar eens uit op de autootjes.


6. Zoomen Met links klikken wordt alles vergroot en met rechts klikken wordt alles verkleind. Dat kun je ook zien aan het blauwe bovenrandje van de afbeelding: daar staat het zoomniveau aangegeven:


7. Vervorming om dit gereedschap te kunnen gebruiken moet de achtergrond omgezet worden in een laag óf je moet werken op een aparte laag.

Oefening: Ga naar het Palet Lagen van de autootjes, klik rechts op achtergrond en kies voor laag van maken. Activeer nu het gereedschap en probeer de autootjes te vervormen.


8. Bijsnijden hiermee kun je een stukje uit een plaatje snijden.We gebruiken hiervoor de autootjes. Houd de linker muisknop ingedrukt en maak een hok om een paar autootjes heen. Laat dan los. Je ziet dat er een vierkant is gekomen: dit kun je nog wijzigen door aan de hoeken te trekken...wanneer je met de muis bij een hoek komt wordt muis een pijltje....probeer maar eens uit! Wanneer de uitsnijding naar je zin is klik je dubbel in het hok en...het wordt uitgesneden!

Klik hierna op de terugpijl


9. Selectie Open het Palet Optie gereedschap en kies daar voor rechthoek, doezelen op 0 en anti-alias aangevinkt. Ga nu met de muis naar het rode autootje in het midden en selecteer het.

Oefening: Je hebt een stukje geselecteerd. Ga nu naar Bewerken - kopiëren - Bewerken - plakken als nieuwe afbeelding en je ziet dat er een nieuwe afbelding is ontstaan: het geselecteerde middelste rode autootje!


10. Verplaatsen Ga terug naar het grote bestand van de autootjes, waar je het midden hebt geselecteerd. (punt 9) Druk de rechter muisknop in en je kunt de selectie verplaatsen! Met deze selectie kun je van alles doen: kopiëren en plakken als nieuwe laag of plakken als nieuwe afbeelding!!


11. Vrije selectie: hiermee kun je heel precies selecteren. Er zijn drie mogelijkheden in het Palet Opties.Probeer ze alle drie uit!


12. Toverstaf: hiermee selecteer je de inhoud en niet (zoals bij en ) de rand. Zorg dat bij Opties voor gereedschap in ieder geval doezelen op 0 staat. Klik nu met de toverstaf op het zwarte autootje bovenaan en je ziet dat al het zwart wordt geselecteerd. Ga naar Bewerken - Knippen en je ziet dat het zwart verdwijnt en de achtergrondkleur verschijnt.


13. Pipet hiermee selecteer je kleur. Klik met links op een rood autootje en je ziet de voorgrondkleur in rood veranderen in het kleurenpalet Het bovenste hokje geeft de voorgrondkleur aan. Rechts klikken bepaalt de achtergrondkleur (het onderste hokje).


14. Penseel de eerste mogelijkheid is gewoon die van een penseel. Daarnaast zijn er nog heel veel andere mogelijkheden, die in aparte lessen aan de orde komen.


15. en en en slaan we voorlopig even over. Die worden pas gebruikt wanneer je goed thuis bent in het programma en dan kun je zelf bij Help opzoeken welke eigenschappen ze hebben!!


16. Gum/wisser hiermee gum je iets weg waardoor de achtergrond tevoorschijn komt. Bij de opties zijn allerlei mogelijkheden.


17. Tube plaatjespenseel. Hiermee breng je transparante plaatjes op. Zie hiervoor de les plaatjespenseel.


18. Airbrush te vergelijken met een spuitbus. Instelling in het Palet Opties voor Gereedschap zijn hier heel belangrijk!


19. Vlakvulling hiermee vul je hele vlakken of selecties. Bij stijlen kun je allerlei instellingen bepalen! Zie hiervoor de les over het Kleurenpalet!.


20. Tekst spreekt voor zich: tekst toevoegen.


21. Tekenen Hiermee zijn allerlei lijnen te maken. De meeste opties zijn voor de gevorderde gebruiker! Zin om het uit te proberen?? Ga dan naar de les Tekengereedschap .


22. Basisvormen hiermee kun je allerlei basisvormen maken, die je dan ook weer naar eigen inzicht kunt wijzigen en inkleuren! Uitproberen...?? ga naar de les Basisvormen.


23. Selectie vector Object wanneer je een vector-object hebt gemaakt, dan kun je dit wijzigen met dit gereedschap.


©Marga de Bruyne
www.oudje.nl